Chapa Namak — soms ook geschreven als chappa namak — is een Afghaanse specialiteit van opgerolde gedroogde abrikoos. De rijpe vruchten worden ontpit, plat geslagen tot dunne repen, licht gezouten en op stenen daken in de bergwind gedroogd. De naam betekent letterlijk “platte zout” — een verwijzing naar zowel de vorm als de techniek.
Het is geen gedroogde abrikoos zoals je hem kent uit de supermarkt. Vergelijk het eerder met een leerachtig stuk fruit — donker, taai, intens zoet, en nooit gezwaveld.
Saqi-abrikoos uit Afghaanse bergprovincies
De abrikoos die voor Chapa Namak wordt gebruikt is de saqi-abrikoos, een variëteit die uitsluitend in bergachtige Afghaanse provincies wordt geteeld. De bomen groeien op hoogten boven de 2.000 meter, in droge dalen waar de zomerzon de vruchten precies de juiste suiker geeft.
Onze partners oogsten in juli en augustus en verwerken de batch binnen een week — alleen dan blijft de smaak intact. De vruchten worden niet behandeld met zwavel; daarom zijn de strips donkerder oranje tot bijna bruin van kleur, taaier dan supermarkt-abrikozen, en hebben ze een veel intensere zoetheid met een vleugje zout op de achtergrond.
Waarom geen sulfiet
Commerciële gedroogde abrikozen worden bijna altijd gezwaveld om hun felle oranje kleur intact te houden. Dat trucje verandert de smaak en kan bij gevoelige mensen hoofdpijn of ademhalingsklachten veroorzaken. Onze Chapa Namak krijgt geen zwavel — wat je ziet is wat de boom heeft gegeven.
Hoe te gebruiken
Eet ze bij groene thee, in een ochtendkommetje yoghurt, of fijngehakt over een Afghaanse rijst-pilav (Kabuli Palow). Werken ook goed in een lamsstoofschotel met saffraan en kaneel. In Afghanistan zelf worden ze ook met noten en walnoten gegeten als wintervoorraad.